.
 

Archieven> N°81 > artikel
<< previous next >>

Volle graanproducten: gezondheid in integrale versie

Drie porties volle graanproducten per dag ... Niet minder dan 25 jaar zijn nodig geweest om tot deze aanbeveling te komen, die nu toch stilaan volledig ingeburgerd is. Jaren van onderzoek zijn er vooraf gegaan om het werkelijk nut van volle graanproducten bij de preventie van welvaartziekten te ontdekken. Nu blijft er nog een moeilijke stap te overwinnen: de aanbevelingen op het bord krijgen...

Door Nicolas Rousseau

" HEALTH & FOOD " nummer 81, Januari - Februari 2007

het artikel drukken

In het begin van de jaren 80 was de enige erkende en gekende troef van volle graanproducten: ze bevatten veel vezels. Tot begin de jaren 90 hield dit concept stand en tal van studies lichtten een tipje van de sluier op in verband met het verminderd risico op cardiovasculaire aandoeningen en het voorkomen van bepaalde kankers door een verhoogde inname van volle granen. Tegen het einde van de jaren 90 liet de FDA (Food and Drug Administration) voor het eerst toe dat deze groep van levensmiddelen een gezondheidsclaim mocht dragen en dit met betrekking tot de preventie van het cardiovasculair risico. Dit had voor gevolg dat het onderzoek naar de gezondheidsbevorderende eigenschappen van volle graanproducten in een stroomversnelling kwam. Een kort overzicht.

Een brede waaier van volle granen.

Vooreerst nog dit. Het is belangrijk nog even te herhalen dat het begrip 'volkoren' of 'volle' graanproducten van uitermate groot belang is bij de definitie van deze levensmiddelen. In volle graanproducten moet onvoorwaardelijk de volle graankorrel nog aanwezig zijn. Dit zijn dus de buitenste lagen (rijk aan vezels, maar ook aan lignanen, mineralen en vitamines van de B-groep), de kiem (bevat antioxidanten, essentiële vetzuren, sfingolipiden, fytosterolen en vitamine E) en het endosperm (bevat zetmeel, eiwitten en bepaalde B-vitamines). Deze definitie geldt zowel voor volle graankorrels als voor meel of volle graanvlokken. Om onze voeding samen te stellen beschikken we over een groot aanbod van verschillende graangewassen, zoals quinoa, gierst, maïs, wilde rijst, volle rijst, gerst, haver, boekweit, kamuttarwe, rogge, ... keuze te over.

De schade die raffinage aanricht

Het eenvoudigweg 'builen' van de graankorrel berokkent al heel wat schade aan zijn voedingswaarde. Door dit proces gaan de lignanen en fyto-oestrogenen verloren, verliest de graankorrel een groot deel van zijn antioxidatieve kracht, kan hij tot 80 % van zijn vezels verliezen, 50 % van zijn gehalte aan calcium, 85 % magnesium, 75 % kalium, zonder nog de aanzienlijke verliezen aan foliumzuur, vitamine E en essentiële vetzuren te vergeten.

Graanvezels en hartgezondheid

Tal van prospectieve en epidemiologische studies hebben duidelijk het beschermend effect van graanvezels aangetoond ten aanzien van coronaire aandoeningen. De onderliggende werkingsmechanismen zijn zeer divers en berusten soms op een cholesterolverlagend effect (met een verminderde oxidatie van het LDL voor gevolg); of een triglyceridenverlagend effect (in hoofdzaak door de inwerking van oplosbare vezels) of een bloeddrukverlagend en normo-glycemiërend effect of een positieve werking op bepaalde ontstekingsmarkers, zoals het CRP (geldt voor alle vezels). Het hypocholesterolemiërend effect blijkt al op te treden bij een inname van 2 tot 10 g oplosbare vezels per dag, uitsluitend op het totaal cholesterol en LDL-cholesterol. De graanproducten die het meest oplosbare vezels (pectine, inuline, ...) bevatten zijn onder meer haver, gerst en psyllium dat bijzonder rijk is aan oplosbare vezels.

Heilzame eigenschappen onder de vezels

Het zijn niet enkel de vezels in volle graanproducten die heilzame eigenschappen voor het hart bezitten. Ook andere bestanddelen van de graankorrel zijn bijzonder waardevol Daarenboven hebben deze vaak een synergetisch effect. Het innemen van minstens drie porties volle graanproducten zou, op basis van bevindingen uit epidemiologische studies, het coronair risico met 25 tot 35 % doen afnemen en het CVA-risico met ongeveer 35%. Wanneer de aanbreng van de vezels buiten beschouwing wordt gelaten, dalen de beschermende effecten tot zowat 20 %. Dit wijst er op dat de oplosbare vezels inderdaad een belangrijke rol spelen, maar dat de beschermende eigenschappen niet exclusief in de vezels van volle graanproducten te vinden zijn. Volle graanproducten zijn ook belangrijke bronnen van antioxidanten (met name het ferulinezuur en tocotriënolen alsook vitamine E); van fytosterolen en fyto-oestrogenen, waarvan de lignanen (het enterolactone) volop in de belangstelling staan in verband met de cardiovasculaire gezondheid. Ook andere cardio-beschermende mechanismen werden recentelijk in verband gebracht met volle graanproducten, zoals onder meer een verminderde concentratie van het C-peptide, een verbeterde endotheelwerking, een daling van het leptine en het homocysteïne, een vertraagde ontwikkeling van de arteriële stenose. Dit zijn stuk voor stuk aanwijzingen dat in volle graanproducten tal van bestanddelen aanwezig zijn die de gezondheid bevorderen en ... die in geraffineerde graanproducten afwezig zijn. Één portie volle graanproducten is gelijkwaardig aan één snede volkoren brood of aan één bol ontbijtgranen.

Een onderschat antioxidatief potentieel

In vergelijking met andere plantaardige producten, berekend per portie, steekt de antioxidatieve activiteit van volle graanproducten er torenhoog boven uit. Maïs staat bovenaan de lijst, gevolgd door haver, tarwe en rijst.De helft van de ingenomen graanproducten zou van volledige graankorrels moeten afkomstig zijn.

Gewicht en type 2 diabetes

De vooruitzichten voor het jaar 2025 zijn dat er tegen die tijd over gans de wereld 300 miljoen mensen aan type 2 diabetes zullen lijden. Alleen al in de Verenigde Staten werd de kost voor medische verzorging voor deze aandoening in 2001 op 132 miljard dollar geraamd. Niet zonder reden worden de gezondheidsbevorderende eigenschappen van volle graanproducten ten aanzien van type 2 diabetes door de wetenschappers met meer dan gewone belangstelling gevolgd. Tal van cohortstudies en enkele gerandomiseerde klinische onderzoeken wijzen op een significante daling van het relatieve risico op de ontwikkeling van de aandoening wanneer zowat drie porties volle graanproducten per dag worden ingenomen. In de eerste plaats blijkt dat een inname van een behoorlijke portie volle graanproducten (45 tot 50 gram per dag) gepaard gaat met een verminderde toename van het lichaamsgewicht. De prevalentie van overgewicht en zwaarlijvigheid (inclusief de abdominale obesitas) is ook lager in geval de voeding veel volle graanproducten bevat. Ten tweede blijkt dat het innemen van volle graanproducten eveneens een verbeterde gevoeligheid voor insuline en een verhoogde afscheiding van het hormoon voor gevolg heeft. Een dosis-respons verband op de nuchtere insulinespiegel in het bloed, wordt reeds vastgesteld vanaf een inname van 3,5 porties volle graanproducten. In een poging om deze vaststellingen te verklaren, blijken opnieuw de vezels een centrale rol te spelen. Meer in het bijzonder door hun invloed op de darmlediging, maar ook door de vorming van korte vetzuurketens in de dikke darm. De rol van magnesium is ook een piste die met belangstelling wordt onderzocht, evenals de glycemische index, de structuur en de fenolische bestanddelen aanwezig in volle graanproducten

Nicolas Rousseau diëtist, voedingsdeskundige

Referenties
Symposiumverslag 'Whole Grains & Health Symposium' Nestlé Research Center, Lausanne, 9 mei 2006.

hoog van bladzijde

<< previous

Google

Web
H&F.be
 

 

© Health and Food est une publication de Sciences Today - Tous droits réservés