.
 

Archieven> N°77 > artikel
<< previous next >>

Probiotica: bruisende belangstelling

Het onderzoek van probiotica zit volop in de lift. Geregeld leiden nieuwe resultaten tot nieuwe denkpistes, versterken ze vroegere hypothesen of openen ze zelfs nieuwe deuren. De 4de Internationale Conventie omtrent probiotica was voor meer dan 150 experts de gelegenheid bij uitstek om een stand van zaken op te maken.

Door Nicolas guggenbühl

" HEALTH & FOOD " nummer 77, Mei/Juni 2006

het artikel drukken

Sinds 2000 verschenen er meer dan 2 200 wetenschappelijke publicaties, tegen minder dan 500 in de loop van de laatste 20 voorgaande jaren ! Het minste wat hieromtrent kan gezegd worden is dat het wetenschappelijk onderzoek in een opmerkelijke stroomversnelling zit. Wetenschappers willen kost wat kost de wereld van de probiotica doorgronden. Meer en meer blijken ze een bepalende factor te zijn voor de gezondheid en een evenwicht brengende factor in een als maar meer aseptische leefomgeving. Meer dan ooit staat de hygiënische stelregel : ‘een verminderde blootstelling aan allerhande bacteriën, als gevolg van onze moderne samenleving, gaat gepaard met een verhoogde prevalentie van allergische en auto-immuunaandoeningen volop in de belangstelling.

Immuunrespons

Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de bacteriën in de darmflora een invloed hebben op de “toll-like” receptoren (TLR), nodig om het evenwicht van de immuunrespons in stand te houden. Het is gekend dat het immuunsysteem van de pasgeborene nog immatuur is, wat zich uit in een onevenwichtige respons van de T2-helper (Th2) lymfocyten, hoger dan deze van de Th1- lymfocyten. De probiotische bacteriën kunnen mogelijk de immuunrespons van pasgeborenen in goede banen leiden tot aan het moment dat deze volwaardig functioneert en vooraleer dat er een onevenwicht van de Th2 respons optreedt en de gevolgen van een niet aanwezig regulariserend systeem zich manifesteren. Dit gebrek kan zich onder meer uiten in inflammatoire allergische reacties van het type atopisch eczeem.

Minder ernstig eczeem

Resultaten uit fundamenteel onderzoek brachten onlangs meerdere heilzame effecten van probiotische bacteriën onder de aandacht : normalisatie van de darmpermeabiliteit, verhoging van de beschermende functies van de darmbarrière en vermindering van de inflammatoire respons met een verminderde productie van de pro-inflammatoire cytokininen. Deze nieuwe klinische gegevens bevestigen de rol van probiotica bij deze allergische aandoening. Dit blijkt onder meer uit de studie van S. Weston uitgevoerd bij kinderen van 6 tot 18 maanden en met een matige tot ernstige vorm van atopisch eczeem. De toediening van een probioticum (Lactobacillus fermentum VRI-033 PCC) verbeterde bij 92 % van de kinderen de ernst en de duur van het eczeem en dit tegen 63 % bij de controlegroep.

Minder lang diarree

Het nut van probiotica bij infectieuze diarree bij kinderen en zuigelingen wordt ook meer en meer onderkend. Twee studies uitgevoerd bij in een crèche verblijvende kinderen zijn hiervan getuige. In een eerste studie waarbij een gefermenteerde melk werd gegeven op basis van Streptococcus thermophilus en Lactobacillus bugaricus (de twee yoghurtfermenten) kon de duur van de diarree met drie dagen teruggedrongen worden in vergelijking met de inname van een gegelifieerde melk (verdikt, zonder probiotica) en met één dag in vergelijking met de inname van een klassieke yoghurt.
Een van de belangrijkste problemen in het domein van de probiotica is dat zich achter deze unieke benaming bacteriestammen verschuilen die een zeer specifieke werking kunnen hebben en dat een heilzame werking van de ene stam niet zomaar geldt voor een andere bacteriestam. Zo vergeleken Z. Weizman et al. recentelijk twee probioticastammen : Lactobacillus reuteri en Bifidobacterium BB-12 met een placebo, in een onderzoek bij kinderen van 4 tot 10 maanden verblijvend in een crèche. In de twee groepen waar de probiotica werden gebruikt was de incidentie van de dagen met koorts en diarree kleiner en duurde de diarree minder lang. Maar in de groep met Lactobacillus reuteri lag het aantal dagen koorts, het aantal doktersbezoeken, de dagen van afwezigheid in de crèche door ziekte en het aantal antibioticavoorschriften opmerkelijk lager in vergelijking met de placebo- en de Bifidobacterium BB-12 groep.
Wellicht het meest intensief onderzocht probioticum in verband met diarree als gevolg van antibiotica-inname is de gistsoort Saccharomyces boulardii. Onlangs was dit het onderwerp van een meta-analyse. De studie toont aan dat op 10 personen die het probioticum innemen, minder dan 2 onder hen het slachtoffer zullen zijn van diarree (Szajewska H. et al.). Ook een studie uitgevoerd bij kinderen, waarbij een Bifidobarerium lactis en een Streptococcus thermophilus werden gebruikt rapporteert een gelijkaardige vermindering van de incidentie van deze pathologiën (Correa NB. et al.).

Het vuur blussen

Inflammatoire aandoeningen van de dunne darm zijn eveneens een geliefkoosd terrein van probiotica. In recente onderzoeken testte O’Mahony de toepassing van twee probiotica, Lactobacillus salivarius en Bifidobacterium infantis, bij patiënten met het syndroom van het prikkelbaar colon. Naast de verbetering van de symptomen in beide probioticagroepen, hoewel veel meer uitgesproken bij toediening van het Bifidobacterium infantis, werpt de studie een licht op de verschillen aangaande de inflammatoire cytokininen. Wanneer geen probiotica worden toegediend kon een verhouding van de IL-10/IL-12 van het pro-inflammatoire type worden vastgesteld, een verhouding die, in vergelijking met de controlegroep, zich normaliseerde in de groep die Bifidobacterium infantis kreeg toegediend. Dit zijn zeer bemoedigende resultaten, zeker in de wetenschap dat een geringe ontsteking van de intestinale mucosa zich kan voordoen bij bepaalde patiënten aangetast door het syndroom van het prikkelbaar colon.
Ook in verband met inflammatoire spijsverteringsaandoeningen zoals de ziekte van Crohn, rectocolitis ulcero haemorrhagica (RCUH) en, in het bijzonder bij pochitis, werden met probiotica aanzienlijke winsten geboekt. Zo kon men vaststellen dat bij patiënten die een mengeling van probiotica (VSL #3 bevattend Lactobacillus casei, Lactobacillus plantarum, Lactobacillus acidophilus, Lactobacillus delbreuecki, Bifidobacterium longi, Bifidobacterium breve, Bifidobacterium infantis en Streptococcus salivarius) kregen toegediend, het aantal gevallen van herval slechts 15 % bedroeg in tegenstelling met 94 tot 100 % bij diegenen die een placebo kregen (Gionchettu P et al.). Uit testen met diverse probiotica bij RCUH blijkt dat de doeltreffendheid van probiotische bacteriën vergelijkbaar is met een gestandaardiseerde medicamenteuze behandeling.

Flora en obesitas

Het is op een heel ander domein, met name dat van de problematiek van zwaarlijvigheid, dat er zich nieuwe perspectieven aanbieden aangaande het onderzoek van de rol van de darmflora en probiotica. Zo blijkt uit de onderzoeken van prof. J. Gordon (Directeur van de University School of Medicine, Washington, USA) en zijn onderzoeksteam dat axenische (zonder flora) muizen, geboren en gekweekt in steriele omstandigheden, significant meer voedsel innemen (30 % en meer) in vergelijking met ‘controle’ muizen. Maar een aspect waaraan de wetenschappers bijzonder geïnteresseerd zijn is dat van de vetmassa bij axemische muizen. Spijts hun verhoogde voedselinname is deze opmerkelijk lager (42 %) in vergelijking met de ‘controle’ muizen.
Hiermee is voor de eerste maal een mogelijk verband tussen de darmflora en de vetreserves aangetoond. Een mogelijke verklaring voor dit fenomeen zien de wetenschappers in de betrokkenheid van het fiaf (fasting-induced adipocyte factor) eiwit. Dit eiwit speelt rol speelt bij de opstapeling van de vetten en misschien zijn sommige bacteriën in staat de expressie van dit eiwit te onderdrukken. Hoewel we nog ver verwijderd zijn van de bewering dat ‘probiotica doen vermageren’ is het in de toekomst wellicht niet uitgesloten dat een wijziging van de darmflora een invloed kan hebben op het lichaamsgewicht

Nicolas Guggenbühl
Diëtist, voedingsdeskundige

4e Convention Internationale sur les Probiotiques, georganiseerd door Danone, Parijs, 9 en 10 maart 2006.

hoog van bladzijde

<< previous

Google

Web
H&F.be
 

 

© Health and Food est une publication de Sciences Today - Tous droits réservés