.
 

Archieven> N°70 > artikel
<< previous next >>

Prikkelbaar colon :
veroorzaakt door voedingsmiddelen?

Iedere patiënt, iedere diëtist(e), iedere arts heeft zowat zijn eigen ideeën over wat nu wel of niet mag gegeten worden bij iemand die aan het syndroom van een prikkelbaar colon lijdt. Is het wel zeker dat voedingsmiddelen hiermee iets te maken hebben ?

Door Jean Andris

" HEALTH & FOOD " nummer 70, Maart/April 2005

het artikel drukken

De fysiopathologie van het prikkelbaar colon (IBS, irritable bowel syndrome) is nog voor een groot deel onbekend terrein. Anomalieën van de intestinale gevoeligheid worden onder meer als oorzaak aanzien, wat leidt tot een verminderde perceptie van de uitzettingsstimuli met een verstoorde motoriek van de darm als eindresultaat. De resultaten van manometrische metingen wijzen in dezelfde richting, maar verduidelijken niet alles, ver daarvan. Het kan evenwel niet ontkend worden dat specifieke myorelaxantia, zoals bijvoorbeeld het otilonium bromide, de pijn van de patiënten verzachten.

Het zit het tussen de oren ?

Gezien het soms wispelturig karakter van de symptomen kenmerkend voor deze aandoening en gezien de aandoening meer voorkomt bij psychisch kwetsbare personen, oppert men wel eens, en dit is niet nieuw, dat bij de ontwikkeling van de aandoening mogelijk een psychologische factor zou kunnen meespelen. Al blijkt depressie, ja zelfs zelfmoordneiging, meer voor te komen bij personen met het prikkelbaar colon syndroom in vergelijking met de doorsnee populatie, is het niet voor de handliggend uit te maken wat oorzaak en gevolg is. Kortom, voor wat het psychopathologisch aspect betreft, is ook dit verre van een uitgemaakte zaak.

Zo wordt ook het aandeel van de voeding met betrekking tot het ontstaan van deze aandoening over dezelfde kam geschoren. Men heeft wel de diagnostische criteria omschreven (de Rome II Criteria, zie Health and Food nr. 69), maar het is bijzonder moeilijk om een verband te leggen tussen de klachten en een of ander eventueel oorzakelijk voedingsmiddel. Enkele recente gegevens hieromtrent.

Gewijzigde motoriek

Het is zo goed als zeker dat bepaalde levensmiddelen, direct of indirect, een rol spelen in de fysiopathologie van het prikkelbaar colon syndroom. Small et al. deden onderzoek naar de postprandiale nuchtere darmmotoriek bij patiënten lijdend aan het prikkelbaar colon syndroom. De onderzoekers hielden rekening met twee klinische vormen van de aandoening : een vorm met overwegend constipatie en een met overwegend diarree. De onderzoekers konden kwantitatieve verschillen vaststellen in de postprandiale nuchtere darmmotoriek tussen patiënten lijdend aan het prikkelbaar colon syndroom en gezonde vrijwilligers. De postprandiale nuchtere darm- contracties kwamen frequenter voor dan normaal in de twee vormen van de IBS-studie. In de overwegend geconstipeerde vorm was de amplitude van de contracties minder uitgesproken. Als blijkt dat dit zo is voor de nuchtere darm, is het niet onmogelijk dat dit ook geldt voor het colon.

De eeuwige lactose

Een veel voorkomende aandoening die tot symptomen leidt die zeer sterk vergelijkbaar zijn met het IBS-syndroom is lactose-intolerantie. Al in 1995 onderzochten Vernia et al. of er een verband bestaat tussen deze twee aandoeningen. In een prospectieve studie volgden ze 230 patiënten lijdend aan het IBS-syndroom, waarvan aangenomen werd dat ze geen aangeboren afwijkingen van het maagdarmsysteem vertoonden en er geen antecedenten waren aangaande lactose-intolerantie. Bij 157 van deze patiënten (68.2 %) werd een lactose-malabsorptie gediagnosticeerd. Vervolgens werd een lactosevrije voeding voorgeschreven. Bij slechts 48 (43.6 %) van de 110 patiënten die het dieet correct volgden verdwenen de symptomen, terwijl bij 43 andere patiënten slechts lichte verbeteringen werden vastgesteld en bij 17 patiënten traden zelfs helemaal geen wijzigingen in de toestand op.

Bij de ‘dieet-ontrouwe’ patiënten verdwenen de tekenen van het IBS-syndroom niet. Dit was ook het geval bij personen met het IBS-syndroom waarbij geen lactose-malabsorptie kon worden vastgesteld. In deze laatste groep stelden de onderzoekers in 20 % van de gevallen een verbetering vast. Er kon geen enkel verband tussen de initiële symptomen en de invloed van het dieet worden gelegd. De onverwacht optredende crisissen tijdens de respiratorische lactosetest wezen op een positieve invloed van het dieet, maar het was evenwel onmogelijk te voorspellen of een verbetering of een geheel verdwijnen van de klachten zou bereikt worden. Het achterwege blijven van de crisissen tijdens de test daarentegen was van geen enkel negatief predictief belang. Het enige wat uit deze Italiaanse studie kan besloten worden is dat de twee aandoeningen vaak samen voorkomen.

Intolerantie en allergie

Uit de gegevens van een onderzoeksteam uit Nice (Dapoign et al. 2003) blijkt dat de levensmiddelen die vaak aanleiding geven tot voedselintolerantie ook vaak aanleiding geven tot symptomen kenmerkend voor het IBS-syndroom. Het is daarom goed eraan te denken patiënten niet enkel te bevragen omtrent hun lactose-inname, maar ook of ze koffie, alcohol, frisdranken drinken en zelfs of ze de gewoonte hebben om kauwgom te gebruiken.
Sommige fermenteerbare bestanddelen kunnen in de darm weerhouden worden en aanleiding geven tot gasvorming in het darmstelsel, met de gekende klinische gevolgen van dien. Deze vaststelling wordt bevestigd door het feit dat bij personen met hyperfagie deze bestanddelen aanleiding kunnen geven tot ‘IBS-like’ symptomen.

De hamvraag aangaande voedingsallergieën en hun verband met de darmpermeabiliteit blijft inmiddels nog onbeantwoord. Baurau et al. (Frankrijk) onderzochten 17 kinderen die de symptomen van een prikkelbaar colon vertoonden. Ze voerden, nuchter en na inname van voedsel, absorptietesten voor lactose en mannitol uit. Ze deden dit op basis van klinische antecedenten van de kinderen of op basis van de resultaten van allergietesten. Bij een vergelijking van deze resultaten met een controlegroep, deeluitmakend van een eerder onderzoek, stelden ze vast dat bij negen van de zeventien kinderen de inname van deze voedingsmiddelen gepaard ging met een wijziging van de doorlaatbaarheid van de darmmucosa. Deze negen patiëntjes hadden een persoonlijke en/of familiale allergische voorgeschiedenis en/of een toegenomen totale IgE-waarde. De IBS-symptomen verdwenen wanneer de verdachte levensmiddelen uit hun voeding werden geweerd. Dit gebeurde echter niet voor alle patiëntjes in deze studie : met deze allergische hypothese, al is ze plausibel, kan eens te meer niet alles worden verklaard.

Vezels, goede vezels

Een gelijkaardig mysterie blijft bestaan in verband met de vezels. Malhotra et al. (Indië) onderzochten de invloed van vezels bij een dertigtal volwassen IBS-patiënten. In het kader van het onderzoek werden de patiënten ‘gekoppeld’ aan gezonde volwassenen met een vergelijkbare leeftijd en van hetzelfde geslacht. Ze stelden vast dat de patiënten met het IBS (in het noorden van Indië) minder voedingsvezels innamen. Blijft evenwel de hamvraag : wat is oorzaak en gevolg ? Het is goed mogelijk dat voedingsvezels oorzaak zijn van pijn of een opgezette buik bij bepaalde patiënten lijdend aan IBS. In dit geval zou het wel eens een uitlokkende of een verergerende factor kunnen zijn, eerder dan een veroorzakende factor.
Bij gebrek aan een volledige opheldering van deze mysterieuze aandoening, kunnen deze vaststellingen wellicht als basis dienen om voedingsaanbevelingen op te stellen. In een volgend artikel kunnen we daar verder op ingaan.

Dr. Jean Andris

Referenties:

Barrau E, Dupont C. Modifications of intestinal permeability during food provocation procedures in pediatric irritable bowel syndrome. J Pediatr Gastroenterol Nutr 1990; 11: 72-7.
Dapoigny M, Stockbrugger RW, Azpiroz F et al. Rôle of alimentatin in irritable bowel syndrome. Digestion 2003; 67: 225-33.

Malhotra S, Rana SV, Sinha SK et al. Dietary fiber assessment of patients with irritable bowel syndrome from North India. Indian J Gastroenterol 2004; 23: 217-8.
Small PK, Loudon MA, Hau CM et al. Large-scale ambulatory study of postpranidal jejunal motilité in irritable bowel syndrome. Scand J Gastroenterol 1997; 32: 39-47.

Vernia P, Ricciardi MR, Frandina C et al. Lactose malabsorption and irritable bowel syndrome. Effect of a long-term lactose-free diet. Ital J Gastroenterol 1995; 27: 117-21. (abstract)

hoog van bladzijde

<< previous

Google

Web
H&F.be
 

 

© Health and Food est une publication de Sciences Today - Tous droits réservés